Zwembad Twenhaarsveld

Ultimate Responsive Image Slider Plugin Powered By Weblizar

Old school zwemmen

Niet lang geleden kregen we een week in een huisje cadeau. Even eruit naar Landal in Holten, een fraaie 6-persoons boerderette, van alle gemakken voorzien. Lekker chillen bij de open haard, beetje lezen, internetten en wandelen.

Naast het park ligt het zwembad Twenhaarsveld, in dit seizoen natuurlijk gesloten. We liepen erlangs en mij vielen een paar dingen op. De leegte, vallend blad, een met multiplex ingepakt kassagebouwtje. Ik wist meteen dat dit onderwerp het heel goed zou doen op film. Een ideale gelegenheid om mijn pas aangeschafte 6-7-camera te gebruiken, die je tegenwoordig ‘analoog’ noemt.

Vrij werk schiet ik graag op film, vanwege de manier waarop film het onderwerp weergeeft. Anders. Je kunt het vergelijken met muziek die je streamt en muziek op vinyl die je draait op een pick-up. Dezelfde muziek, ander karakter. Noem het warmer.

De manier van werken is ook anders omdat de camera die ik gebruik veel groter, zwaarder en minder snel is dan mijn digitale Nikons. Geen automatische scherpstelling, en omdat je maar 10 opnames per rol hebt, ga je vanzelf veel preciezer en bedachtzamer werken. Er is natuurlijk geen preview, dus moet je het beeld vooraf in je hoofd al visualiseren. En dan heb ik het nog niet over de film laten ontwikkelen, de film scannen en van negatief naar positief omzetten. Het heeft wel wat tijd (en geld) gekost voor ik de nodige kennis en apparatuur in huis had. Wat hielp is dat ik met film ben opgegroeid. En dat ik er – ja, opa vertelt – ook nog professioneel mee heb gewerkt in de periode 1980 – 1990.

Dus ik wilde per se het zwembad in Holten vastleggen op film. Weer thuis heb ik contact gezocht met de gemeente Rijssen-Holten en er was geen probleem, ik mocht foto’s maken in het lege zwembad. Omdat beheerder Herman die dag vrij had (hij was vissen) mocht ik alleen naar binnen en zonder begeleiding m’n gang gaan. Fijn om zoveel vertrouwen te krijgen! Er hing precies die sfeer van melancholiek verval, over het hoogtepunt heen, dapper volhouden. En dan dat prachtige herfstlicht. Terug in de tijd, met je camera in een leeg zwembad – geweldig!

Zaterdag 14 januari 1928

Ultimate Responsive Image Slider Plugin Powered By Weblizar

Zaterdag 14 januari 1928. Een koude dag, de temperatuur komt niet boven de 6 graden. Mijn dan 27-jarige opa Cees Eenhoorn wandelt met zijn verloofde Annechien (19) door de Utrechtse binnenstad. Daar heeft hij recent z’n studie diergeneeskunde afgerond.

In de loop van 1928 zullen mijn opa Cees en oma Annechien gaan trouwen en hun nieuwe huis in Vries betrekken. Ze zien er verzorgd uit, zou hun kleding voor die tijd modieus zijn? In die tijd had je geen echte jongemensenmode. Jongeren droegen kleding zoals die van hun ouders. Achter het paar zie je een man met z’n fiets aan de hand. Hij ziet er een stuk minder elegant uit dan opa. Nog verder zie je een man met een pet (arbeider?). En zowaar: een auto.

Slordig

Mijn jonge opa en oma vallen de straatfotograaf op. Hij schiet het plaatje en heeft het goed gezien, ze willen de foto graag kopen. Een leuke herinnering. Oma plakt de foto in een album, dat ik nu, negentig jaar later, voor me heb liggen. Ik kijk er eens goed naar.

De afdruk is ongeveer 3,5 bij 9 cm, achterop staan stippellijntjes om een adres te schrijven en de tekst: Utrecht 14 Jan. 1928. Nu zie ik ook dat het eigenlijk niet zo’n heel goede foto is. Het is een terloops gemaakte foto, slordig gekaderd, want hun voeten staan er net niet helemaal op. De belichtingstijd was te lang om hun voeten echt scherp af te beelden. De foto is op zich niet heel scherp, maar heeft wel een grote scherptediepte, dat wijst op een kort brandpunt. Lijkt me logisch, want in het zwart naast de foto kun je filmperforaties zien, typisch voor kleinbeeld. Opnameformaat is ongeveer 18 x 24 mm, halfkleinbeeld dus.

In een album

Het is allemaal niet verfijnd, je ziet dat er nog zwarte randen aan de foto zitten. Als ik me niet vergis, was de foto eerst ook groter. Ik denk dat ze één printje kochten met driemaal dezelfde afbeelding. Die andere twee plaatjes zijn eraf geknipt en misschien heeft oma of opa die weggegeven aan ouders of vrienden. Deze ene is overgebleven. Met bruine

vlekken en een beetje gekreukt. Meer dan negentig jaar weggestopt in een album.

Toch is het een grappig en ook mooi idee dat de foto die ik nu voor me heb, ook is aangeraakt door mijn grootouders. Het is een tijdcapsule geworden. Wat waren ze jong en wat is de wereld veranderd!

Over 90 jaar

Hoe groot is de kans dat jouw kleinkinderen over 90 jaar foto’s van hún oma of opa bekijken? Klein. De manier waarmee we omgaan met fotografie is in de afgelopen jaren fundamenteel veranderd. We maken snelle foto’s met onze smartphone. We bewaren foto’s niet meer in fraaie goud-op-snee kunstlederen albums met knisperend fotopapier tussen de bladzijden, maar op een computer, tablet, desnoods een dvd en natuurlijk gewoon op onze telefoon. Iedereen doet dat tegenwoordig zo, het is snel en makkelijk. Maar het gevolg is dat de waardevolle familiebeelden binnen 10 jaar verdwenen zijn. Onherroepelijk.

Monument voor iedereen

Ultimate Responsive Image Slider Plugin Powered By Weblizar

 

 

Op de militaire begraafplaats in het Limburgse Ysselsteyn hoor je alleen de vogeltjes tsjilpen en de wind ruisen. Dan wordt de stilte doorbroken door het geluid van twee maaimachines die tussen de eindeloze rijen grafstenen heen en weer rijden. Dit is de laatste rustplaats van meer dan dertigduizend Duitse soldaten die zijn gesneuveld tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Ik kom wel vaker op oorlogsbegraafplaatsen, zoals bijvoorbeeld die in Oosterbeek. Daar liggen de Engelse soldaten die omkwamen tijdens de slag om Arnhem. Als ik daar rondloop voel ik altijd ontzag. Voor al die jongens en mannen die gestorven zijn voor onze vrijheid. Een cliché misschien, maar daarom niet minder waar. Het geeft me ook een verdrietig gevoel over alles wat verloren is gegaan, wat had kunnen zijn. Maar deze jonge soldaten zijn in ieder geval niet voor niets gestorven. De begraafplaats is hun herdenkingsmonument.

Hier in Ysselsteyn ligt dat wat ingewikkelder. Ik zie de naam van Willi Griebenow, die 27 jaar oud was toen hij op 13 mei 1940 omkwam op de Grebbeberg. Hij was de agressor, de overvaller. Rationeel weet ik dat hij niks in Nederland te zoeken had. Wat hij vond van de invasie weet ik niet. Stond hij er helemaal achter? Of had hij z’n twijfels? Deed hij ook maar wat moest? Hij vertegenwoordigt de vijand, maar 77 jaar na dato kan ik hem moeilijk anders zien dan als een slachtoffer, jong gesneuveld. En nu ligt hij hier, in een zee van duizenden kruisen die duidelijk maakt hoe verschrikkelijk oorlog is. Deze begraafplaats is een waarschuwingsmonument.

Los van alle emoties ben ik ook als fotograaf geïnteresseerd in deze plek. De prachtige documentaire ‘Het zijn maar Duitsers’ van Bart Hölscher heeft me attent gemaakt op de begraafplaats in Ysselsteyn. En nu ik hier sta, op dat indrukwekkende veld tussen al die kruisen, vraag ik me af: hoe laat ik zien dat het er zoveel zijn? Hoe vertaal ik het gevoel bij dit onderwerp in een beeld dat beklijft? Ik kies voor een flinke telelens, om de lange rijen kruisen wat ‘in elkaar te duwen’. Zo lijken ze dichter bij elkaar te staan en ervaar je als kijker de massaliteit. Maar toch ben ik er nog niet. De zwart-witfoto’s geven geen goed overzicht, want je kunt nog steeds niet zien hoe enorm veel graven hier zijn. Daarom maak ik ook nog een panorama dat is samengesteld uit meerdere beelden. Met speciale software plak ik ze aan elkaar – dat heet stitching. Deze techniek gebruik ik ook in mijn serie eenzame huisjes.  Stitching geeft me de mogelijkheid de scherptediepte klein te houden, waardoor de nadruk op de eerste rij kruisen komt te liggen. Een eerste rij van duizenden rijen. En samen zijn ze een monument om bij stil te staan en om slachtoffers te herdenken. Alle slachtoffers.

 

Minister in de spotlights

Ultimate Responsive Image Slider Plugin Powered By Weblizar

De nieuwjaarsreceptie

Is fotografie een roeping? Je zou het haast denken. Ik ben namelijk altijd blij als ik mag fotograferen. Elk onderwerp is interessant, of je nu een portretje schiet van een bedrijfsdirecteur, een groepsfoto van de hele ondernemingsraad of een ondergelopen uiterwaardenlandschap. Of zoals deze keer: reportagefoto’s van een minister en een hoofddirecteur die een toespraak houden op de nieuwjaarsreceptie.

Minister in de spotlights

Ik zit tussen de twitterende en instagrammende assistenten op de derde rij, de minister staat achter het spreekgestoelte. Een keiharde spot van links zorgt voor de verlichting. Niet alleen geeft dat een enorm contrast, maar ik kan hem nu alleen maar fotograferen als hij naar links kijkt. Dat beperkt de mogelijkheden. Want ik wil ook nog dat hij een mooi gebaar maakt (letterlijk) én dat je kunt zien dat hij aan het praten is zonder dat zijn mond op een vreemde manier halfopen staat. Veel foto’s maken dus, na ieder salvo bekijk ik de beelden even, want ik wil niet langer doorgaan dan nodig. Mijn camera is namelijk niet stil, en het lijkt me best storend om de hele toespraak lang op een ratelende sluiter getrakteerd te worden.

Tegenlicht

Dan is er nog een lastig ding: foto’s van een toespraak kunnen nogal saai zijn. Dat wil ik niet, dus probeer ik iets extra’s waarbij ik van de nood een deugd maak. De keiharde spot zorgt namelijk ook voor mooi tegenlicht als ik m’n camerastandpunt verander. Dat betekent wel dat ik op moet staan en door het gangpad voor de minister langs moet lopen. Maar alles voor het mooie plaatje. Het tegenlicht geeft inderdaad het effect dat ik gehoopt had. En als bonus staat het publiek er nu ook op. Wel is het contrast zo mogelijk nog hoger. Ik belicht de beelden zodanig dat de hoge lichten intact blijven. Ik weet dat ik later in de nabewerking de schaduwen nog heel veel lichter kan maken. Dat doe ik liever dan inflitsen, wat trouwens erg storend zou zijn, meer iets voor noodgevallen.

Receptie

Na de toespraak zijn er de bitterballen. Op de receptie sluip ik als een echte paparazzo rond om met het bestaande licht (weinig en allerlei kleuren door elkaar) wat sfeerplaatjes te maken. De truc is om de foto te maken vóórdat de mensen je in de gaten hebben. En daarbij niet bang zijn om een paar mensen min of meer aan de kant te ellebogen voor het beste standpunt. Het is sorry zeggen en toch je plek opeisen tegelijk. En altijd vriendelijk blijven lachen natuurlijk… De bitterballen waren prima.

Een geslaagde fotoreportage